Het dichtst bij vijand en vriend Holland:

Hanzestad Stavoren, een stad met mooie verhalen

Machtige buitenhaven: Marina Stavoren.
Machtige buitenhaven: Marina Stavoren.

STAVOREN (NL) – In 1061 eeuw kreeg Stavoren officieel stadsrechten. Het was eeuwenlang een belangrijke handelsstad. Het Vrouwtje van Stavoren is een legende over een vermogende koopmansweduwe die verantwoordelijk wordt gehouden voor de verzanding van de Staverse haven en daarmee de ondergang van het eens zo rijke stadje. De haven van Stavoren is nu de basis van zeilcruiseschepen en honderden plezierjachten. Sinds 1886 is er een veerdienst tussen het Friese Stavoren en het ooit vijandige Enkhuizen in Holland.

Stavoren (in het Fries Starum, bijna 1.000 inwoners, tot omstreeks 1600 Staveren en daarna afwisselend Stavoren en Staveren) is rond het jaar 900 ontstaan langs een stroompje. In 1040 was het al een verdedigbare stad met een eigen munterij. In 1061 kreeg Stavoren officieel stadsrechten van graaf Egbert I met toestemming van de Romeinse keizer Hendrik IV.

Hendrik IV (Goslar, 11 november 1050 - Luik, 7 augustus 1106) was koning van Duitsland van 1056 tot 1105. Vanaf 1084 was hij ook keizer van het Heilige Roomse Rijk. Het verkrijgen van stadsrechten betekende voor Stavoren eigen rechtspraak, tolvrijheden door het gehele Roomse Rijk en een stadswapen. Het Staverse wapen heeft een gouden kroon met gekruiste bisschopsstaven die herinneren aan de beschermheren, de aartsbisschop van Keulen en de bisschop van Utrecht.



Hanzestad Stavoren
Stavoren was een belangrijke handelsstad. De grootschippers en kooplieden onderhielden belangrijke handelsrelaties met de landen rond de Oostzee. In 1385 werd Stavoren lid van de Hanze. De schippers uit Stavoren genoten bij passage van de Sont een oud voorrecht; bij de tolheffing  werd hen voorrang verleend wat een flinke tijdwinst opleverde.
Een hanze of hanza (‘groep’, ‘schare’ of ‘gevolg’ van het Oudhoogduits ‘Hansa’) was een samenwerkingsverband van handelaren en steden tijdens de Middeleeuwen. Door samenwerking probeerden ze hun handel te beschermen en uit te breiden. Vanaf de twaalfde eeuw ontstonden rond de Noord- en Oostzee samenwerkingsverbanden van Duitse kooplieden. Het Zweedse eiland Gotland was aanvankelijk het centrum waar handel met lokale handelaren werd gedreven door kooplieden uit Denemarken, Lübeck en later Westfalen. Van Gotland uit werd ook handel gedreven met Engeland, Vlaanderen en Novgorod, dat al in 1190 een Duitse vestiging had.

Ter bescherming werden er aanvankelijk kleine en later steeds grotere samenwerkingsverbanden gevormd, waarvan sommige gilde werden genoemd en andere Hanze, zoals de Vlaamse Hanze van Londen en de Hanze der XVII steden voor de handel op de jaarmarkten van de Champagne. De Duitse Hanze is echter veruit de belangrijkste en bekendste, en wordt vaak kortweg de Hanze genoemd. Deze vormde zich om van koopliedenassociatie tot stedenverbond, en bestond op het hoogtepunt uit een kleine 200 steden, van Londen tot Novgorod.

De groene kant van Stavoren, de achterkant, vanaf “zee” gezien dan. De op één na bekendste schipper van Friesland, Aent Kingma, van het zeilcruiseschip Aphrodite, hier in gesprek met de Friese zangeres Nienke de Ruiter. Kingma en zijn vrouw Ellen wonen in Stavoren en hebben voor hun stadsboerderij een ligplaats voor hun varende broodwinning.

De groene kant van Stavoren, de achterkant, vanaf “zee” gezien dan.

De op één na bekendste schipper van Friesland, Aent Kingma, van het zeilcruiseschip Aphrodite, hier in gesprek met de Friese zangeres Nienke de Ruiter. Kingma en zijn vrouw Ellen wonen in Stavoren en hebben voor hun stadsboerderij een ligplaats voor hun varende broodwinning.


Sympathie voor Holland
Bij de Oostzeehandel speelde de Amsterdamse haven een belangrijke rol. Holland was met een snel groeiende bevolking voor de voedselvoorziening aangewezen op graanimporten uit de Oostzeelanden. De schippers uit Friesland waren voor Holland om reden van transport over zee van levensbelang. Bij oorlogen tussen Holland en Friesland koos Stavoren dan ook dikwijls partij voor Holland. De afstand van Stavoren tot Holland (Enkhuizen) was en is niet groot: slechts 25 km.

Verval en herstel
Aan het einde van de Middeleeuwen raakte het stadje in verval door de Hollands-Friese oorlogen van 1345 tot 1422. Ambachten en handel kwamen in een ernstige recessie terecht en daarmee verdwenen ook de financiële middelen voor het onderhoud van de haven en de dijkjes van Stavoren. De haven verzandde en bij de graanhandel speelde Stavoren geen rol van betekenis meer. Op dit feit is de legende van Het Vrouwtje van Stavoren gebaseerd. Oud-Staveren werd opgeslorpt door de steeds gretiger wordende Zuiderzee.

In de 17de eeuw werd de huizenbouw en het havenonderhoud hervat dankzij de bloei met de zeevaart naar verre landen door de zogenaamde Friese Ommelandvaarders. Helaas kakte in de 19e eeuw de zeevaart vanuit Stavoren andermaal in. Van de eens zo internationale haven bleef niet veel over.

Varen en fietsen
De haven van Stavoren is nu de basis van de Friese Vloot, een coöperatieve rederij met ruim twintig traditionele zeilschepen, en het tall-ship Aphrodite, een van de meest luxe zeilcruiseschepen van Nederland. Met uitzondering van de winter komen en gaan hier wekelijks dertig grote zeilschepen met gemiddeld 20 tot 40 passagiers aan boord. Veel gasten zijn Duitse scholieren.

Sinds 1886 is er een veerdienst tussen Stavoren en Enkhuizen. Eerst draaide het vooral op vervoer van vracht — ook spoorwagons en andere voertuigen — en passagiers. Anno 2012 zet de veerboot Bep Glasius jaarlijks 45.000 toeristen en 14.000 fietsen over.

De pleziervaart heeft tegenwoordig alle ruimte in twee grote jachthavens, Marina Stavoren binnen en buiten, naast de oude havens bij de sluis en aan de landzijde van het stadje.

Landrotten overnachten in hotel het Vrouwtje van Stavoren, een “unusual and unique” hotel met enorme wijnvaten als kamers.

Het Vrouwtje van Stavoren, een piepklein beeldje à la Manneken Pis in Brussel, dat de ondergang van een Friese handels- en schippersstad symboliseert én de plaats als watersportcentrum en Elfstedenstad herkenbaar maakte. Het beeldje staat bij de sluis voor hotel-restaurant Het Vrouwtje van Stavoren.  De veerboot Bep Glasius op de lijn Stavoren-Enkhuizen vervoert jaarlijks 45.000 personen, voornamelijk toeristen, en 14.000 fietsen. 18 juli 1886 vertrok de eerste veerboot van Noord-Holland richting Friesland. De oversteek is 25 km.

Het Vrouwtje van Stavoren, een piepklein beeldje à la Manneken Pis in Brussel, dat de ondergang van een Friese handels- en schippersstad symboliseert én de plaats als watersportcentrum en Elfstedenstad herkenbaar maakte. Het beeldje staat bij de sluis voor hotel-restaurant Het Vrouwtje van Stavoren.

De veerboot Bep Glasius op de lijn Stavoren-Enkhuizen vervoert jaarlijks 45.000 personen, voornamelijk toeristen, en 14.000 fietsen. 18 juli 1886 vertrok de eerste veerboot van Noord-Holland richting Friesland. De oversteek is 25 km.

De varende ambassade van Friesland én Stavoren, de Aphrodite van Aent en Ellen Kingma.
De varende ambassade van Friesland én Stavoren, de Aphrodite van Aent en Ellen Kingma.

Klooster
In 1999 leidde de vondst van een zandstenen sarcofaag en de ontdekking van een rechthoekige constructie op de bodem van het IJsselmeer voor de haven Stavoren tot het vermoeden dat de plek gevonden was van het Odulfusklooster, een van de oudste kloosters van Nederland. Het Russisch-orthodoxe klooster in Hemelum, op de keileemhoogte van Gaasterland, organiseert ieder jaar bedevaarten naar deze plek.

De basis van het Odulfusklooster is een kerkelijk centrum, gesticht door Odulfus in 838 op verzoek van de bisschop van Utrecht. Odulfus moest de heidense Friezen tot het Christendom bekeren. De missiepost werd gebouwd in een laagveenbos ten westen van het oude Stavoren, op de bodem van het huidige IJsselmeer. De Zuiderzee, sinds de bouw van de Afsluitdijk in 1932 IJsselmeer, was toen nog een groot moerasbos met brakwaterstromen.

In 1390 werd het door de Hollanders verwoest, waarna de fundamenten in de Zuiderzee zijn verdwenen. Vissers vertelden eeuwenlang dat ze hun netten openhaalden aan zerken op het kloosterkerkhof.

Bonifatius deed overigens al voor de komst van missionaris Odulfus in Friesland een poging Friese stammen op andere geestelijke gedachten te brengen en ook dat liep verkeerd af: hij werd in 754 in Dokkum vermoord.

Het Russisch-orthodoxe klooster in Hemelum, op de keileemhoogte van Gaasterland, organiseert ieder jaar bedevaarten naar de plaats waar ooit het klooster en de abdij Sint Odulfus hebben gestaan.